Welke looncode gebruik ik voor het uitbetalen van fooien?
Dat hangt af van het soort fooi. Er zijn 3 soorten:
- Onbelaste fooien: fooien waarop geen belasting wordt ingehouden.
- Belaste fooien: fooien die u via de salarisadministratie uitbetaalt, met inhouding van belasting.
- Belaste fooien die de werknemer al heeft ontvangen: bijvoorbeeld fooien die contant zijn betaald. U betaalt ze niet nog een keer uit, maar er moet wel belasting over worden betaald.
1. Onbelaste fooien → kopieer looncode 410
Maak een kopie van looncode 410 en geef deze een duidelijke naam, zoals “Onbelaste betaling fooien”.
Goed om te weten: code 410 is onbelast, maar staat niet onder “onbelaste kostenvergoedingen” op de Jaaropgaaf (ook wel Loonbelastingkaart of Loonopgaaf). De andere onbelaste codes, 420 tot en met 450, staan daar wel.
2. Belaste fooien → kopieer looncode 140
Maak een kopie van looncode 140 en geef deze een duidelijke naam, zoals “Belaste betaling fooien”. Code 140 is belast. Het bedrag telt ook mee voor de sociale premies (SVB/SZV-loon).
3. Fooien die al zijn ontvangen → gebruik looncode 540
Gebruik looncode 540, “Fiscale bijtelling fooien/tips”. Deze code is voor loon in natura: waarde die de werknemer heeft gekregen zonder dat het via de salarisadministratie is uitbetaald. Het bedrag wordt niet opnieuw uitbetaald. Het wordt alleen opgeteld bij het loon waarover loonbelasting en sociale premies worden berekend. Code 540 is dus ook belast en telt mee als SVB/SZV-loon.